De nieuwe politieke focus op medemens en natuur is een goed begin. Maar er is meer nodig, stellen Harry Hummels, hoogleraar aan de School of Business and Economics van Maastricht University, en Tom van der Lubbe, medeoprichter en mede-eigenaar van Viisi, een onafhankelijke organisatie voor hypotheekadvies.

Dit artikel is op 10 oktober 2023 verschenen op Trouw.nl.

Harry Hummels en Tom van der Lubbe-viisi-hypotheken

De tijd van gratis bier voor bedrijven is voorbij. Waar sinds het eerste kabinet Lubbers bedrijven maximaal profiteerden van de financiële en ideologische steun door politiek en samenleving, keert nu het tij. De samenleving ontwaakt uit haar neoliberale droom en neemt langzaam maar zeker de schade op.

De eerste herstelplannen staan in de steigers. Dit wordt duidelijk uit de voorstellen van het parlement – bij ontstentenis van een missionair kabinet – om de onderkant van de maatschappij te stutten. Maar dat is niet genoeg in een ontwikkeling naar een medemenselijke economie.

Buitenproportioneel

Uit neoliberale en bedrijfsmatige hoek kwam onmiddellijk protest alsof een nieuwe pandemie was uitgebroken. We maken de motor van onze economie kapot, aldus VNO/NCW voorzitter Thijssen. “Dat toevallig een paar grote bedrijven afgelopen jaar wat meer winst hebben gemaakt, moet je niet misbruiken als argument voor heel onverstandige maatregelen. Daar worden we allemaal slechter van op de langere termijn.”

De verontwaardiging van de spreekbuis voor het grootbedrijf is buitenproportioneel, selectief en onjuist. Berekeningen van het CBS uit september van dit jaar wijzen uit dat de operationele winsten van niet-financiële bedrijven in Nederland sinds 2020 alleen maar zijn gestegen. En wie bedenkt dat de arbeidsinkomensquote (het aandeel van de beloning van arbeid – werknemers en zelfstandigen – in het totale verdiende inkomen van Nederland) voor de marktsector in 2022, aldus het CBS, 73,7 procent bedroeg – tegen 81,3 procent in 1995 – vraagt zich af waar ’s lands grootste lobbyclub het over heeft. Niks toevallig wat meer winst. De vergoeding voor aandeelhouders nam de afgelopen dertig jaar sterk toe. Daar komt een einde aan nu de Tweede Kamer in meerderheid een extra offer vraagt van werkgevers om werknemers met een minimuminkomen een waardig bestaan te bieden.

Niet voldoende reserves

Die stap moet worden bezien tegen de achtergrond van de sterk gestegen kosten van levensonderhoud. Zo berekende het CPB in juni 2022 dat de groep mensen die moet rondkomen van een inkomen op of net boven het sociaal minimum omvangrijker wordt. Hun kwetsbaarheid neemt toe omdat ze niet over voldoende reserves beschikken om financiële tegenvallers op te vangen. Ook het Nibud benadrukt dit al jaren. In het licht van deze ontwikkelingen is het niet meer dan gerechtvaardigd dat sterke schouders ook zware lasten dragen.

Interessant genoeg komt het initiatief hiertoe uit het zichzelf herontdekkende maatschappelijk midden. Niet alleen heeft het CDA de C in haar naam herontdekt, ook anderen in het middenveld roepen vanuit moreel of religieus besef tot herwaardering van onze maatschappelijke ordening op. Omtzigt spreekt over een nieuw sociaal contract, Van der Plas over ‘noaberschap’ en Bontebal over ‘samen’.

Voor hen blijft de economie een belangrijke aanjager van welvaart, maar met meer oog voor het welzijn van kwetsbare bevolkingsgroepen. Dit midden bepleit de overgang van neoliberalisme naar wat wij aanduiden als deoliberalisme. Dat is een liberale economische ordening, maar met een medemenselijke morele grondtoon. Begrippen als respect, menselijke waardigheid, meedoen in de samenleving, luisteren naar de verdrukten en een appèl op de ‘diepe zakken’ staan hierin centraal.

Omgekeerde solidariteit

Toen Lubbers startte was de situatie omgekeerd. Het bedrijfsleven stond erg onder druk en het Akkoord van Wassenaar was een welkome koerswijziging. Werknemers maakten een gebaar door voor langere termijn hun looneisen te matigen. De tijd vraagt nu om omgekeerde solidariteit. Er moet een nieuw pact komen dat een verdere aantasting van het welzijn van medewerkers met de laagste inkomens voorkomt.

Naast een nieuw politiek contract is een nieuw economisch contract nodig. Vanzelfsprekend dient dat contract oog te hebben voor de draagkracht van het midden- en kleinbedrijf. Een geleidelijke voortgaande groei van het minimumloon dat het welzijn van de minst kapitaalkrachtigen waarborgt, is dan ook gewenst. Filosoof John Rawls noemde dit het difference principle. Iedereen mag erop vooruitgaan, maar vooral de minstbedeelden.

In het licht van de komende verkiezingen is een scherpere focus op medemenselijkheid vereist. Dat vraagt om aandacht voor de behoeften van kwetsbare mensen en de kwetsbare natuur. De verhoging van de minimumlonen met een extra 1,2 procent is een goede start, net als het zwaarder belasten van eigen aandeleninkoop, het geleidelijk afbouwen van fossiele brandstofsubsidies en de kosten van milieu- en natuurschade doorberekenen aan de vervuilers.

Medemenselijke klepel

Maar er is meer nodig. De aandacht voor medemensen en natuur moet politiek handen en voeten krijgen. De kille, instrumentele benadering van het neoliberalisme moet zich omvormen tot een medemenselijke economische, maatschappelijke en politieke ordening. Het politieke midden heeft de klok horen luiden, maar is nog op zoek naar de medemenselijke klepel.

Heel concreet kan de politiek te rade gaan bij bedrijven zoals Auping, Schijvens Corporate Fashion, Rijk Zwaan, Royal Lemkes, Eosta, Asito en Vebego. Zij luisteren naar hun stakeholders, richten het bedrijfsbeleid op hun welzijn en leggen daarover verantwoording af. Multinationals en hun spreekbuizen over-schreeuwen hen in de oude economie. Er is behoefte aan een nieuw dominant geluid.

Harry Hummels is hoogleraar aan de School of Business and Economics van Maastricht University. Tom van der Lubbe is medeoprichter en mede-eigenaar van Viisi, een onafhankelijke organisatie voor hypotheekadvies.