Je leest het steeds meer in de media: mede dankzij de coronacrisis wint wonen op het platteland aan populariteit. Niet alleen biedt het een betaalbaar alternatief voor starters, ook zijn mensen gecharmeerd van de rust van het buiten wonen. Maar klopt dat romantische plaatje wel? Maak voor je een definitieve keuze maakt een goede afweging.

Friesland

Buren van ons zijn jaren geleden verhuisd vanuit Leiden naar een klein dorp in Friesland. Ze wonen in een voormalige boerderij, te bereiken via een deels onverharde weg. Het is een ruim gebouw, met haardkachels, een bijgebouw voor hun pottenbakatelier en tuingereedschap waaronder een kleine tractormaaier. Rondom vind je heel veel grond aan landerijen van de omliggende boerderijen. Tot slot wat kippen, bomen, appels, en vooral veel lawaai en periodiek wat stank…

Het lawaai is vrijwel continu in de vorm van landbouw- en veeteelt-gerelateerde activiteiten. En het akoestische feit dat geluid ver draagt als er geen heg, struiken, bomen of gebouwen tussen staan. Dus het geronk van maaimachines, tractoren, zaagmachines, loeien van koeien en ga zo maar door is (heel) goed te horen, ook op zondag. De stank, of geur, komt van mest/gier en schijnt te wennen. Daarnaast is het stel, kinderloos, zo’n beetje twee tot drie dagen per week in de weer met het onderhoud van de kleine boomgaard, het maaien en opslaan van het gras en het snoeien van struiken en heggen. Kortom, een flink deel van de week gaat op aan het normale ‘boerenwerk’ dat ze er extra bij moeten doen.

Zijn ze gelukkig? Ja, nu wel, maar het heeft even geduurd. De roze romantische wolk van de voorpret was al na dag 1 een illusie. Nu spreken ze Fries, voelen zich Fries, worden zo’n beetje als Fries geaccepteerd (ook al eindigt de naam niet op een ‘a’). Ze zijn dus onderdeel van de gemeenschap. Het stadse leven van 10 minuten fietsen naar de schouwburg, de markt op zaterdag, het filmfestival, 3 oktoberfeesten, zes musea, de Hortus botanicus, talloze kroegjes, eethuizen, directe buren, centraal station en drie ziekenhuizen ligt achter hen.

Idealiseren

Zijn zij de enigen die zo’n ont- en gewenningsperiode nodig hebben? Geenszins, het is een vaak voorkomend fenomeen. Het idealiseren van ons overige fraaie plattelands leven. We noemen er toch nog maar eentje, ook vrienden vanuit Leiden naar de kop van Drenthe in zo’n idyllisch dorpje waar op zaterdag honderden fietsers en motorrijders ronkend en lawaai makend doorheen toeren. Gezellig al die drukte die zo langs je voortuin voorbij trekt. Wat een contrast met de oase van rust in hun oude Leidse stadswijk. De stad kan stil zijn, op zondagochtend bijvoorbeeld. Doe je ogen even dicht; je hoort vogels en dat is het dan. Dat kan je ook ervaren in kosmopolitische steden als Londen en Berlijn. In de laatste stad met name op de stille binnenplaatsen waar ieder stadsgerucht uit verdwenen is… stilte. De Londense parken waarin de stad niet tot nauwelijks nog meedoet, slechts een streepje gebouwen dat achter de groene velden wegzinkt.

Of toch de stad

De drang naar het buitenleven, de ruimte, natuur en stilte is wat ons drijft naar het platteland. Je kunt er nog een huis vinden dat vrij staat en betaalbaar is. Ook al is dat laatste relatief, doordat het strikt individueel gerelateerd is. De oplopende prijzen hebben namelijk ook daar hun effect. En wat te denken van files en verkeersdrukte als je langer op weg bent naar je werk? Een voordeel van de stad is ook dat je vrij snel weet wat de gemeentelijke plannen zijn. Bruggen, wegen, nieuwbouw, werkzaamheden, etc. Wat nou als die giga windmolens ineens bij je in de buurt komen te staan? Of andere provinciale – of landelijke beleidsbeslissingen die je totaal niet zag aankomen maar die wel invloed hebben op je wooncomfort?

Goede voorbereiding is het antwoord en het halve werk. Wees realistisch in wat je achter gaat laten en wat je gaat krijgen. Maar al te vaak is een soort van vakantiegevoel leidend in het beslissingsproces. Je somt alle voordelen op van de ene plek en alle nadelen van de andere en…daar ga je dan. Beide opties hebben hun eigen charme, de stad én het platteland. Dat hadden de bewoners, vermogende bewoners moeten we erbij vermelden, van Amsterdam in de 18e eeuw ook al goed in de gaten. Alle ’lustoorden’ buiten langs de Vecht waren bedoeld om in de zomer het drukkende stadsleven te mijden en dat dan in de koudere wintermaanden weer op te zoeken.

Maar dat is wel heel lastig geworden – twee huizen – in een tijd waarin voor veel starters een eerste huis al een behoorlijke uitdaging is. Nee, dan geldt toch echt dat je je hoofd koel moet houden en afstand moet nemen van illusies. Zet alle voor- en alle nadelen van beide opties op een rijtje met hun prijskaartjes erbij. En dan de knoop doorhakken. Succes met je afwegingen!