Sinds corona speelt ons leven zich meer dan voorheen binnenshuis af. Tijd om eens wat klussen in huis op te pakken die je normaliter uitstelt. Ik deel mijn eigen ervaringen en geef je daarbij wat tips.

“Jawel gaat best lukken.” Ook ik heb twee linkerhanden, maar kan inmiddels zoveel meer dan ik dacht. Ontstoppen, voegen, bedrading, verplanten, kitten. Schilderen kon ik al en vind ik zelfs leuk. Het lukt – zeker in deze tijd – stukje bij beetje het ‘dat doen we later’-lijstje af te vinken. Ideaal is dat je op YouTube voor de normaalste en gekste huisklussen een instructievideo hebt. Ook het reinigen van allerlei dingen waar je normaal gezien niet naar wilt kijken, zoals het inwendige van een afzuigkap. Of dat rommelhok waar al jaren niets meer uitkomt en des te meer in verdwijnt. Schuif eens een kast opzij of verschuif je bed. En als het kippenvel dan verdwenen is de stofzuiger en schoonmaakmiddelen erover en je voelt je op de een af andere manier een stuk beter.

De fietsen krijgen ook een opknapbeurt, maar ook gereedschap, pannen, en apparaten zoals de oven. O hemel de oven… wat een rotklus is dat. Maar bij ons glimt het ding als een pasgeboren apparaat. Wat ook loont is om, als je boeken hebt, ze eens uit de kast te halen en om dan te zien wat zich daarachter aan stof verzamelt (net als op de boeken zelf trouwens). Ik heb een monumentaal respect gekregen voor mensen die voor hun beroep dingen schoonmaken en schoonhouden. Sinds kort neem ik het buitenschilderwerk met een sopje af. En het aardige van deze lockdown is dat dat doekje al een stuk minder groezelig is dan 2-3 maanden geleden.

Gereedschap moet goed zijn, dat is immers het halve werk. Er is heel wat boor- en schroefwerk verricht, de houten keukentafel nu eens echt goed schoongemaakt en weer in de olie gezet, die is weer als nieuw! Hangende keukenkastjes zijn weer bijgesteld. Onze kledingkasten zijn flink uitgemest en voor de helft naar de kringloop gebracht. De andere helft houden we zelf nog even. Ik heb schoenen gevonden waarvan ik niet meer wist dat ik ze nooit gedragen had. Door lastige voeten zijn het een paar relieken uit de jaren 90 die zo een modemuseum in zouden kunnen. Of nu misschien juist heel hip zijn.

Dan is er bij ons die zolderruimte waar je niet rechtop kunt staan en waar we alles in geduwd hebben, waarvan we zeker wisten dat we dat echt heel zeker nog keertje nodig zouden hebben. Ik was weer even als een kind zo blij met de speelgoed bouwsteentjes (echt steen dus) van mijn opa. Duits speelgoed, dus alles is nog pünktlich en heel. Ik heb ermee gespeeld en een bouwwerkje van gemaakt. Het was de 19e eeuwse voorloper van zoiets als Kapla nu. Ook oude documenten, foto’s, dozen met ontdekkingen van momenten, mensen en gebeurtenissen die tot de geschiedenis behoren. Het voelt als op zoek zijn naar verborgen schatten en eigenlijk zijn het dat ook. Ik ben verbaasd over de hoeveelheid spullen die je niet nodig hebt, maar waarvan het nu stiekem eigenlijk juist heel leuk is dat we ze toch bewaard hebben.

Tot slot: repareren, lijmen, plakken, bijschilderen van kapotte dingen is een dankbaar werk. Ze nemen al je concentratie in zich op, Het lijkt een beetje op dat programma op de BBC, The Repair Shop (dus niet die mislukte Nederlandse kopie). Dingen hebben een leven, een nostalgie, een herinnering. Aichaku noemen de Japanners dit: het object heeft een verborgen echt leven. Bedenk je maar eens wat je mee zou nemen als je huis in brand vliegt, vast en zeker niet je dure tv maar iets dat dierbaar is. Mijn collega heeft de twee trouwringen van haar grootouders in haar nachtkastje, met daarop haar tas met de belangrijkste dingen. Duik je rommelhok, je zolder en je kasten in en ga op ontdekkingsreis. Maar eerst aan de schoonmaak en de reparaties.