Moe, een week echt doorgetrokken met werk, uitzien naar de vrijdagavond en je dan realiseren dat er een verjaardagfeestje is waar je bent uitgenodigd, begint om 21.00 uur. Eerst nog even een fles goede wijn scoren als kadootje, 25 minuten fietsen en het miezert buiten… Smoes verzinnen?

De waarheid is een beetje lullig, moe en geen zin, Netflix lonkt. Jezelf 10 seconden verplaatsen in de jarige en je besluit gewoon op de fiets flink door te trappen. Dan ben je er in minder dan 20 minuten. Het wordt een knalfuif, je ontmoet iemand met wie je iets nieuws gaat ondernemen, je kende die persoon helemaal nog niet. Moe maar vol energie fiets je naar huis. Goed dat je gegaan bent en niet voor een tweederangs serie in slaap bent gedommeld.

Toeval, die ontmoeting met je nieuwe zakenpartner?

C.G. Jung noemt het ‘synchroniciteit’* De term synchroniciteit (letterlijk: gelijktijdigheid) betekent zinvolle coïncidentie van uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen die zelf niet causaal verbonden zijn. Het begrip werd in 1930 geformuleerd door de Zwitserse psychiater en psycholoog Carl Gustav Jung in zijn verhandeling Synchroniciteit: een causaal, verbindend principe. Bron: Wikipedia. . Een begrip aan de hand waarvan Joseph Jaworsky in zijn boek Synchronicity: the inner path of leadership, schetst hoe deze succesvolle New Yorkse advocaat in zijn midlife een dag doelloos blijft plakken in Chartres. Niets anders doet dan de kathedraal bezoeken, er omheen slenteren, vervolgens een ‘toevallige’ lunch heeft met een jonge vrouw die hij nog nooit ontmoet had en nooit meer zal zien. Het verandert zijn leven dramatisch. Het zogenaamde toeval bracht een diep inzicht in zijn bestaan, in het doel van zijn aanwezigheid hier op aarde en voor zijn medemensen. Hij sticht de American Leadership Forum en verzoent zich op een dramatische wijze met zijn joods verleden en trauma van de Tweede Wereldoorlog. Zijn loopbaan neemt een 180 graden draai, veroorzaakt door 1 dag doelloos rondhangen.

Serendipiteit

Je denkt aan iemand die je al veel te lang niet gezien of gesproken hebt, 10 seconden later word je door deze persoon gebeld. Je loopt het terrein van het congres op, slentert omdat de voorjaarszon zo lekker schijnt. Je draalt en botst tegen iemand op met wie je vele jaren gaat samenwerken omdat jullie beiden geen zin hadden naar binnen te gaan en daardoor in gesprek raakt. Ons leven is vol van wat je ook ‘serendipiteit’* Het woord werd geïntroduceerd in het Engels door Horace Walpole in de 18e eeuw, in een brief waarin hij het had over een verhaal dat hij had gelezen, het Perzische sprookje De drie prinsen van Serendip (Serendip is een oude Perzische naam voor Sri Lanka). Bron: Wikipedia. kan noemen. De vondst van penicilline is zo’n voorbeeld, je maakt je petri schaaltjes op vrijdag niet schoon (“foei sloddervos!”) en maandag brengen de schimmels je op een idee, de mensheid heeft veel baat bij deze schijnbare niet samenhangende gebeurtenissen. De wetenschap bulkt er van.

We zijn geneigd om toeval af te doen als iets wolligs, als iets wat eigenlijk niet van belang is. “Oh nou dat is ook toevallig dat ik jou hier tref, maar ik moet nu snel doorgaan want ik heb geen tijd.” Of dat je een boek zoekt in een zee van een boekenkast en dat je hand als vanzelf het goede boek eruit trekt. Wij zelf hebben in ons leven geleerd dat de betekenis van toeval vrij eenvoudig is als je het omdraait, iets of iemand ‘valt je toe’. Daar zit een zinvolle betekenis achter, dat is niet voor niets. Het is een nauwelijks merkbaar klopje op je schouder zo van: “Hee let eens op, je kunt beter even aandacht schenken aan dit ‘toeval’!

Onze ratio redeneert maar al te vaak met orkaankracht deze toevalligheden naar het domein van de onzin. Je wordt ook niet erg serieus genomen als je een toevalligheid wilt gebruiken voor een beslissing of argument. De harde feitelijke bewijsvoering is wat argumenten doet winnen of verliezen. Hoe komt dat?

MBTI

Via C.G. Jung kloppen we aan bij de Myers Briggs Type Indicator (vanaf nu MBTI). Zonder hier uitgebreid op dit fraaie model in te gaan, willen we er vier dimensies uit halen die een verklaring bieden voor ons ambivalente gedrag jegens het toeval. De MBTI kent vier hoofddimensies waarop wij mensen informatie verwerken: feitelijk, visueel, cognitief, emotioneel, intuïtief.
De eerste is het feitelijk detailniveau. Dat gaat over correctheid, volgordelijkheid en feitelijk nut. De tweede over de logica, dingen moeten rationeel kloppen, oorzaak en gevolg moeten duidelijk en logisch zijn. De derde gaat over voelen, het is de onderliggende emotie die maakt hoe iets bij je binnenkomt. De vierde en laatste is de intuïtie, ook wel aangeduid als ‘weten zonder kennis’.

We laten het feitelijke niveau en het rationele niveau even voor wat ze zijn. Feitelijke en logische reden hiervan is simpel, zo’n beetje onze hele zakelijke wereld is op die manier ingericht: “Je gevoel en je intuïtie laat je maar thuis, hier worden (kantoor, fabriek etc.) beslissingen genomen op feiten en logica, basta!”

Onze collega wilde eens een designidee doorvoeren, de verantwoordelijke daarvoor reageerde negatief. De collega wilde weten waarom? Het antwoord luidde: “Het voelt niet goed.” De collega die het idee inbracht nam daar geen genoegen mee. “Bewijs me dat het niet goed is,” zei deze. De aangesproken collega reageert positief en zal antwoord geven als de ander eerst een vraag van hem beantwoordt, wat ook akkoord bevonden wordt. De collega die het idee niet wil doorvoeren vraagt de ander of deze even wil bewijzen, feitelijk, dat hij van zijn beide kleine kinderen houdt. De collega roept verontwaardigd: “Dat kan niet, want dat is een gevoel.” Beiden moeten lachen en het idee wordt zonder verdere discussie niet uitgevoerd. De emotie, het gevoel kreeg een serieuze plek in de discussie. Het opmerkelijke is dat bij startups dit gevoel heel serieus genomen wordt. Stel je bent met zijn drietjes en twee hebben zoiets van: “Mwah, wat we nu van plan zijn lijkt wel logisch maar we worden er niet blij van, het voelt niet goed. Verbeeld je zo’n zelfde conversatie in de boardroom van een multinational met blanke mannen van 50+, wat denk je dat er gebeurd met dat ‘gevoel’?

De laatste is het meest verklarend waarom we dat toeval zo stiefmoederlijk behandelen. Onze intuïtie manifesteert zich met een schijnbare totale minachting voor alles wat we ‘leren’. Op school leer je dat 1 + 1 altijd 2 is. Wie onderneemt weet dat dit bijna nooit voorkomt. Als alles feitelijk en logisch zou zijn zou er nu geen corona zijn, geen dictaturen en waren we allemaal kerngezond en superrijk, kijk om je heen. De intuïtie is subtiel, soms nauwelijks merkbaar, we hebben nogmaals geleerd het te negeren. Het is dat idee dat je hebt als je onder de douche staat waarvan je plotsklaps weet: “Dit is het, dit moet ik doen.” Je kunt het leren, dat opmerken en serieus nemen van je intuïtie want we hebben het allemaal. Dat geldt in de meeste gevallen ook voor gevoel, de liefde, de affectie, de emotie is vaak de belangrijkste driver in ons privéleven. We doen veel te vaak of het niet bestaat in het zakelijk leven, of we daar de emotie, dat gevoel, de intuïtie geen plek willen bieden. We schamen ons er een beetje voor? Gek toch? Als je de marathon hebt gelopen is het OK als je tranen van geluk en emotie hebt. Als je op kantoor scoort mag je wel gepast blij zijn maar niet huilen, dan kijkt iedereen misschien een beetje beschaamd de andere kant op.

Lieve lezers, gun gevoel en intuïtie de plek die het verdient. Niet in plaats van de feiten en de logica, maar naast elkaar, gelijkwaardig. En je zult zien, je leven, je werk: alles wordt er beter op.