In 1927 presenteerde de Weense architecte Margarete Schütte-Lihotzky op een beurs in Frankfurt een nieuw concept voor de moderne keuken: de Frankfurter Kueche. Het was een revolutie in een tijd waarin je in de keuken nog hout in blokjes hakte en met papier en lucifers de hittebron aanstak. De moderne keuken was een wonder van efficiency die geheel voortkwam uit drie belangrijke vertrekpunten: beperkte ruimte, tijdwinst en de handelingen die verricht moesten worden. De mens stond centraal in dit ontwerp, het was een ‘service’ aan de gebruiker. Eigenlijk is dit een samenvatting van wat design thinking is. Objecten en handelingen zodanig vormgeven en aan elkaar plakken dat dingen er beter, eenvoudiger of eleganter op worden. Laten we eens verder in deze manier van denken duiken.

Reconstructie van de Frankfurter Kueche. Foto: 8linden Frankfurter Küche, Christos Vittoratos.

Makkelijk vliegen

In mijn jonge jaren ging je voor een vliegreis naar het reisbureau, die sloten om 17.00 uur. Daar boekte je een reis door aan te geven wanneer en waarheen je wilde vliegen. Als je geluk had dan had je binnen een uur de mogelijkheden op een rijtje, maar meestal niet. Dan duurde het een paar dagen en kon je weer naar het reisbureau. Dan boekte je de reis en werden je tickets later via de post thuisgestuurd. Alles moest je dus ruim van te voren doen. Met die papieren tickets kon je dan naar de luchthaven en je moest ze goed bewaren voor de terugreis! Op de luchthaven kon je zittend wachten en dan boarden via één ingang en je plek zoeken voor de reis.

Toen kwam de fax en een slimme ondernemer die de kleur oranje heel mooi vond. Je ticket kwam uit een fax en al spoedig ging je via een website boeken en betalen. Zittend wachten werd staan en je ging via twee ingangen het vliegtuig in en uit zodat het vliegtuig sneller leeg en weer vol was. Naar een stoelnummer hoefde je niet te zoeken, snel gaan zitten voor de beste plek was dus het devies. Al deze veranderingen zorgden voor tijd- en geldwinst voor zowel jou als de luchtvaartmaatschappij. Ook dit is een voorbeeld van design thinking.

Analyseren en verbeteren

Alles wat je doet, thuis of op het werk, kun je analytisch in stukjes hakken. Al die stukjes bekijk je vervolgens vanuit meerdere perspectieven en dan ga je dat verbeteren, er alternatieven voor zoeken, schrappen of uitbreiden. Je zoekt naar de beste oplossing die past bij je hoofddoelstelling. Een hoofddoelstelling is bijvoorbeeld tijdwinst of minder handelingen. Maar het kan ook iets heel anders zijn, bijvoorbeeld meer plezier hebben, meer aandacht schenken, etc. Als je al je ideeën voor doelstellingen dan allemaal opschrijft, bij voorkeur met meerdere mensen samen, dan ga je kijken of je clusters kan maken. Je bundelt bijvoorbeeld alle dingen die te maken hebben met tijdwinst. En dan wordt het leuk, want dan ga je dingen bedenken waarmee je dat kan bereiken. Sommige dingen zijn lastig, andere zijn heel makkelijk. Ga als eerste voor alles wat supermakkelijk realiseerbaar is. Als je die dingen per stap in het hele proces duidelijk hebt, kijk dan eens wat er gebeurt als je dit ook daadwerkelijk doorvoert. Dat noemen we prototypen. Als het voor jou werkt, dan ga je het vanaf dat moment in de praktijk zo doen. Werkt het niet, dan bedenk je variaties net zo lang tot je tevreden bent.

Sleutelhuis

Een voorbeeld: thuis ben ik eigenlijk altijd alles kwijt. Sleutels, kabels, brillen; noem het maar op. Het kost me tijd en geeft me ergernis. Ik heb eens heel bewust geprobeerd te achterhalen hoe het komt dat ik altijd alles kwijt ben. Dat bleek heel eenvoudig: ik denk aan andere dingen en leg iets dan onbewust op een plek waar je het niet snel zult zoeken. Een bril op de afzuigkap bijvoorbeeld. Het hoofdprobleem is dus ‘bewust worden’ waar ik dingen neerleg. Om een lang verhaal kort te maken: ik heb voor de sleutels en kabels inmiddels de oplossingen. De sleutels moeten altijd in een mandje bij de kapstok liggen. Ik ben met alle sleutels en dat mandje aan tafel gaan zitten en heb toen goed in mijn hoofd geprent: “de sleutels horen daar thuis.” Het mandje heet dan ook het Sleutelhuis. De kabels hebben dan logischerwijs een Kabelhuis. Voor de bril, het zijn er meerdere voor het lezen, heb ik nog geen oplossing. Soms schuif ik de bril omhoog en ‘voel’ hem dan niet meer. Ik heb eens een half uur gezocht naar de bril die op mijn hoofd stond. Nu, als gevolg van design thinking, tast ik onwillekeurig eerst op mijn hoofd of ik kijk in de dichtstbijzijnde spiegel.

Mount Everest

Design thinking is een leuke en constructieve bezigheid die het leven echt aangenamer maakt. Start gewoon met kleine dingen waarvan je denkt: dat kan beter, goedkoper, makkelijker, etc. Je zult zien dat door je ervan bewust te worden en je gedrag aan te passen er veel te winnen valt. Helemaal leuk wordt het als je jezelf de tijd eens gunt om te kijken hoe jouw probleem misschien in heel andere situaties al eens opgelost is. Terug naar de sleutels: hotels hebben bijvoorbeeld sleutels met hele grote sleutelhangers. Zo’n knots voel je en zie je sneller. Ook kun je met je vingerafdruk sloten openen en sluiten, dat is dan weer duur en omslachtig en zou iets kunnen zijn wat je in een later stadium doet. Dit heet dan plateauplanning en komt uit de bergsport. Als je de Mount Everest wilt beklimmen is het verstandig eerst een aantal kampen aan te leggen en niet meteen naar de top te rennen. Het basiskamp vertegenwoordigt in design thinking eigenlijk alle makkelijke oplossingen, het ‘laaghangend fruit’ zogezegd. De top of de summit wordt gevormd door alles wat mogelijk is maar tijd en geld kost. In mijn eerdere voorbeeld: het sleutelhuis is het basiskamp, de vingerafdruk is de top (summit).

Veel plezier met het proces én de resultaten!