De skyline van Rotterdam in de vroege ochtend, genomen vanaf de Wilhelminapier.

Steden bestaan al sinds de mensheid is overgegaan van jager-verzamelaars naar het verbouwen van land en het houden van vee. Als gevolg daarvan ontwikkelde in rap tempo het bouwen, inclusief de groei van allerlei ambachten die te maken hebben met wonen. Fabriceren, wegenbouw, bruggenbouw, etc. Handelsroutes, natuurlijke omstandigheden, defensieve of juist offensieve, en religieuze plekken werden gekozen voor het vestigen van grote groepen mensen op een meer permanente basis. In dit artikel duiken we verder in het fenomeen ‘stad’.

Panoramisch uitzicht op Jeruzalem oude stad vanaf de Olijfberg, Israël.

Groter dan onszelf

Steden zijn fascinerend, ze hebben iets wat groter is dan onszelf. Het zijn overlevers, ze hebben karakter en lijken voort te bestaan meer ondanks dan dankzij de bewoners… Dat klinkt eigenlijk best raar, ze zijn tenslotte door mensen gemaakt. Mensen die op de een of andere manier samen moeten werken, iets samen moeten of beter willen doen. Want anders was de stad geen stad maar een verzameling lege gebouwen. De bewoners besturen de stad. En weer reist de vraag: dankzij of ondanks dat bestuur? Misschien wel het laatste.

Steden spreken tot de verbeelding

De stad, in al zijn verschijningsvormen, heeft altijd tot de verbeelding gesproken.

We dichten het leven toe (The Big Apple)…

…mythische proporties (Troje), dramatische wendingen (Leningrad)…

…idyllische visioenen (het hemels Jeruzalem) of complete mythes van verstedelijking (Atlantis).

Steden kunnen staten zijn zoals ooit de republiek van Venetië, Genua, Florence en Milaan. Maar ook nu nog: kijk maar naar Hong Kong en Singapore. Misschien wel een van de vreemdste steden op aarde is Las Vegas, de roemruchte gokstad midden in de woestijn. Of is het de verboden stad in Beijing, een stad exclusief voor de keizerlijke hofhouding en eeuwen verboden terrein voor gewone stervelingen.

Venetië van boven.

De ideale stad

In Urbino in Italië hangt in het museum aldaar een schilderij van de ideale stad. Het is een volmaakt centraal perspectivisch beeld, niet meer en niet minder. Er loopt geen sterveling op straat, noch vliegen er vogels door de lucht, het is een utopie. Een ordening volgens de principes van de meetkunde. Direct schatplichtig aan het rationeel onderverdelen van de eerste stratenplannen en later van heel het Romeinse rijk in zogenaamde ‘cardo’ (noord-zuid lopende (winkel)straat) en ‘decumano’, de oost-west lopende straat. Een mathematisch grid waarop gebouwd werd, zoals New York sprekend lijkt op dit Romeinse principe.

Zicht op de Saline Royale te Arc-et-Senans, Frankrijk.

Arc-et-Senans, een 18e eeuws ideaal van fabriek, bestuur, wonen, werken en sociale voorzieningen, moest het model worden van de moderne stad. Tot de Franse revolutie daar radicaal een eind aan maakte. Het staat op de Unesco erfgoedlijst en is zeker het bezoeken waard.

De ongeplande stad

In contrast met de hierboven beschreven modelsteden staat Londen. Organisch gegroeid van kleinere ‘hamlets’ en ‘cities’ tot een wirwar van buurten met eigen karakter, bestuur en sfeer. Met zulke vreemde uitzonderingen, privileges en lokale leges voor publieke diensten, dat er voor de buitenstaander geen touw aan vast te knopen is. Er wordt wel eens gezegd dat je in de stad eenzaam kunt zijn ondanks misschien vele duizenden of honderdduizenden bewoners. Dat paradoxale is misschien wel het meest kenmerkende van een stad; waar de tegenstellingen lijken samen te komen tot iets wat meer is dan de som der delen. Vinden we nieuwe steden die snel uit de grond gestampt zijn – zoals hier Lelystad – eigenlijk niet saai en monotoon? Dit in tegenstelling tot steden die in de loop der tijd zijn uitgegroeid tot wat ze nu zijn. Juist die pluriformiteit, grilligheid, de afwisseling in dichtheid van gebouwen, parken, rivieren, kanalen, pleinen, steegjes, straten, avenues, en noem het allemaal maar op. Is dat de aantrekkingskracht, die schijnbaar eindeloze magnetische kracht die de stad op ons heeft?

Stad van de toekomst

Science fiction steden zoals in Blade Runner, ‘Minas Tirith’ en ‘Barad Dur’ (beiden uit In de Ban van de Ring), rijdende steden (zoals in Mortal Engines), onderwater steden (Dwarka), ruimte steden (Interstellar): de stad van de toekomst houdt ons bezig.

Science-fiction stad.

De weerbaarheid van de stad

Steden blijken ook behoorlijk weerbaar te zijn en niet zelden stokoud. Sterker nog, we vinden dat fijn. Steden met oude buurten, met verval, het zijn vaak de broedplaatsen voor kunstenaars en andere creatieve geesten. De Italiaanse avant-garde kunstenaars die onder de naam Futuristen hun kunst maakten, hadden het plan om Venetië van haar oude gebouwen te ontdoen en er een nieuwe betonnen stad van industrieel optimisme te vestigen. Je mag zelf oordelen of het jammer is dat dit plan niet is doorgegaan.

Rotterdam is na een verschrikkelijke misdaad uit de as herrezen en nu in de Lonely Planet een architectuurstad van formaat geworden. Berlijn was zo’n beetje totaal verwoest en zie nu: de weerbaarheid van de stad is eigenlijk ongelofelijk. Net als het oude Rome dat herhaaldelijk geplunderd en onder de voet gelopen werd. Vaticaanstad is een stad gebouwd op de fundamenten van het christelijk geloof, een spirituele variant zo je wilt. Net als Mecca, dat zich in ons gezegde nog steeds manifesteert als een soort van utopie. Of je wilt iets vers en obscuurs aanduiden door naar Timboektoe te verwijzen.

Het adembenemende uitzicht op Machu Picchu in Peru.

Zelfs als ruïne zijn steden nog aantrekkelijk. Denk aan Machu Picchu. De oudste stad schijnt Jericho te zijn, die is zo’n 11.000 jaar oud. Over weerbaar gesproken…

Trends en ontwikkelingen

Waar gaat het heen met de stad? Krijgen we nieuwe groene steden? Groen als in ‘off-grid’, als in vegetatie, als in levensfilosofie én houding? Wie het weet mag het zeggen. De ‘artist impressions’ van die steden door vele architecten en designers zijn online in overvloed te vinden. De initiatieven van bewoners om steegjes, stoepen en straten om te toveren in groenstroken zijn talrijk. Daken worden tuinen, balkons worden moestuintjes, auto’s verdwijnen onder de grond, of onder het water van de singel (Alkmaar). En ga zo maar door.

Futuristisch concept van een stad van de toekomst.

We trekken weg, massaal naar kleinere steden in dit land. De grote stad implodeert onder de waardestijging van haar stenen onderkomens. De prijs die we moeten betalen voor die afwisseling van dichtheden, wijken, bewoners en faciliteiten weegt niet meer op tegen het voordeel van wat rust, betaalbare ruimte en overzicht. Maar voor hoe lang? Tot ook daar de groei zich gaat versnellen? Tot de grote steden zijn ingezakt en hulpbehoevend zijn aan jonge mensen, aan starters om ze weer nieuw leven in te blazen? Economen en planologen buigen zich over die vragen. Modellen, berekeningen, filosofieën, politieke agenda’s, economisch belang: ze discussiëren om het hardst om hun waarheid?

Trekt de stad zich ondertussen iets aan van al die ontwikkelingen? Of is het leven slechts tijdelijk in een vorm te persen en bevrijdt het zich toch weer om haar eigen gang te gaan? Misschien is een stad wel de manifestatie van ons onderbewuste verlangen naar iets waar we samenzijn, samenhebben en samenkomen. Tegen wil en dank.