Heb je een eigen onderneming? En valt je inkomen weg door ziekte of ongeval? Dan wil je je vaste lasten kunnen blijven betalen. Je kan je tegen dit inkomensverlies beschermen met een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). Welke AOV het best bij jou past is afhankelijk van je situatie en je wensen. 

Arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten

Ik ben in loondienst, heb ik dan ook een arbeidsongeschiktheids­verzekering nodig?

Ben je in loondienst? Dan kun je op 3 manieren een verzekering hebben voor het risico op arbeidsongeschiktheid:

  1. Via de overheid
  2. Doordat de werkgever aanvullende verzekeringen heeft afgesloten
  3. Eigen verzekeringen (arbeidsongeschiktheidsverzekering of een een vaste lastenverzekering)

Afhankelijk van wat er al geregeld is, kan het verstandig zijn om zelf een verzekering voor arbeidsongeschiktheid af te sluiten. Denk er zeker over na in de volgende situaties:

  • Je hebt relatief hoge vaste lasten, bijvoorbeeld door een hypotheek
  • Je bent (voor een groot deel) kostwinner van een gezin
  • Je hebt een inkomen hoger dan € 60.000 (dit is namelijk het maximum inkomen voor de dekkingen via de overheid)
  • Je werkgever heeft geen of slechts gedeeltelijk aanvullende verzekeringen afgesloten

Zijn één of meerdere van deze punten op jouw situatie van toepassing? Dan adviseren we jou om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van beroepsarbeidsongeschiktheid of passende arbeid?

Eén van de standaard keuzes bij het aanvragen van een AOV is of je arbeidsongeschiktheid definieert op basis van beroepsarbeidsongeschiktheid of op basis van passende arbeid. Wat betekent dat?

Beroepsarbeidsongeschiktheid

Als je zekerheid wenst dat de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitkeert wanneer je beperkt bent in het uitvoeren van je huidige beroep, dan is beroepsarbeidsongeschiktheid de beste keuze. Bij een dekking met beroepsarbeidsongeschiktheid is er direct recht op uitkering wanneer je jouw huidige werk niet meer volledig kunt uitvoeren.

Passende arbeid

De keuze voor passende arbeid betekent dat er wordt bekeken of er nog andere beroepen zijn die je met de aanwezige beperking nog kunt uitvoeren. Kun je met een ander beroep nog wel een bepaald inkomen verdienen, dan geldt dit inkomen voor de bepaling van het percentage van arbeidsongeschiktheid. Bij passende arbeid is de uitkering vanuit de verzekering normaal gesproken lager. Het is ook minder inzichtelijk (voor jezelf) hoe het percentage arbeidsongeschiktheid hierbij bepaald wordt.

Meer lezen over deze voorwaarden in een AOV? Hier vind je een handige leeswijzer.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor hoogopgeleiden

Ben je hoogopgeleid, dan zijn er specifieke voorwaarden die extra belangrijk kunnen zijn. Hier kun je op letten:

1. Het maximaal verzekerd bedrag

Verzekeraars hanteren een maximaal verzekerd bedrag. Meestal is dit 80% van het huidige inkomen. Met name voor startende ondernemers is het in de eerste jaren moeilijk te onderbouwen wat het inkomen zal worden. Hoe een verzekeraar het maximaal te verzekeren inkomen inschat hangt af van het specifieke beleid van die verzekeraar, maar ook van de omstandigheden. Was je bijvoorbeeld al langere tijd als advocaat in loondienst en begin je nu voor jezelf? En er zijn al opdrachten die meteen uitgevoerd kunnen worden? Dan is het aannemelijk dat je als ondernemer minimaal hetzelfde inkomen kunt verdienen als in loondienst.

2. Inverdienregeling

Artsen en specialisten, maar ook werknemers in de zakelijke dienstverlening (zoals advocaten of consultants) kunnen soms mede-eigenaar worden van een vennootschap of maatschap. Als er een inverdienregeling van toepassing is, zal het inkomen in het eerste jaar lager zijn dan na de volledige inverdientermijn. Verzekeraars gaan hiermee verschillend om bij de bepaling van het maximaal te verzekeren inkomen. Soms wordt het inkomen in het huidige jaar gehanteerd als uitgangspunt, maar er zijn ook verzekeraars die het inkomen ná de inverdienregeling als uitgangspunt nemen.

3. Beroepsarbeidsongeschiktheid

Verdien je een relatief goed salaris, doordat je specifieke kennis en vaardigheden bezit? Dan kun je je het best verzekeren tegen beroepsarbeidsongeschiktheid. Bijvoorbeeld, een tandarts met een beperking in het bewegen van de vingers kan het beroep misschien in zijn geheel niet meer uitoefenen. Met een beroepsdekking heb je dan recht op uitkering van het volledige verzekerd bedrag.

4. Volledige dekking, zonder uitsluitingen

Er zijn AOV’s op de markt die arbeidsongeschiktheid door psychische klachten uitsluiten. Het voordeel van zo’n uitsluiting is dat daardoor de premie lager kan uitvallen.

Het is echter van belang dat je ook risico’s verzekert waarvan je niet denkt dat het zal gebeuren. Psychische klachten (zoals een burn-out) kunnen juist ook voor hoogopgeleiden een oorzaak zijn voor arbeidsongeschiktheid. Omdat het doel van een AOV is om een inkomen te behouden, wat er ook gebeurt met je vermogen om te werken, adviseren wij om zo min mogelijk uitsluitingen te accepteren.

5. Kwaliteit en service van de verzekeraar

Bij het vergelijken van verzekeringen is de prijs het gemakkelijkst te vergelijken. Deze vergelijking kan iedereen maken. Voorwaarden vergelijken is al iets moeilijker.

Eén van de minder makkelijk te kwantificeren voorwaarden is hoe een verzekeraar met haar klanten omgaat op het moment dat er een claim wordt ingediend. Werken de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige als team samen? Is er 1 aanspreekpunt? Is de begeleiding naar het opnieuw kunnen werken prettig en efficiënt? Worden er zaken uitbesteed of is de expertise allemaal bij de verzekeraar aanwezig? En, zeker ook belangrijk: wordt een ingediende claim professioneel afgehandeld en wordt er soepel uitbetaald als er recht is op uitbetaling? Juist op het moment dat het nodig is kan een verzekeraar zich het best bewijzen. Overweeg dus ook dit aspect in jouw keuze.